Er is iets dat onze gemeenschappen allemaal diep verbindt: ‘gender’. Gender gaat niet over wat er tussen je benen zit, maar is een maatschappelijk en cultureel construct op basis van geslacht. Wat vervolgens in een genderbinair sprookje is gegoten, waar wij LHBTIQQAADMD+ mensen allemaal op één of anderen manier van afwijken. Van dat beeld dan hé, want niets is natuurlijker dan die letters vol genderdiversiteit.
1/7 – De lettersoep
Met LHBT, LHBTI, LHBTI+, LHBTIQA+ of andere varianten onderscheiden en vertegenwoordigen we ons als brede gemeenschap. Helaas in diverse volgordes (HLBT). Om, terecht, meer groepen een plek te willen geven ontstaan er nieuwe lettercombinaties. Een gevolg is dat de ene organisatie nog de oudste lettercombinatie heeft en een andere al drie keer van naam is veranderd en toch achterloopt (LHBT > LHBTI > LHBTI+). Terwijl teveel mensen nog niet goed begrijpen waar LHBTI voor staat zorgen de extra letters voor meer verwarring en onbegrip (“lettersoep”).
Dat komt ook omdat de aan elkaar geplakte letters geen verhaal vertellen van onze gezamenlijkheid. Eerder is het een opeenstapeling van verschillen. Mensen met een intersekse conditie vragen zich soms af of ze wel bij de beweging horen. Sommigen onder ons twijfelen zelfs of transgender mensen er echt bij horen. Hoewel het stug noemen van een groep zeker helpt, gaat die twijfel er niet mee weg. Want waarin zit nou de verbinding?

Je krijgt geen vaste plek in de samenleving met aan elkaar geplakte letters zonder samenhangend verhaal.
2/7 – En ‘queer’ dan?
Is de geuzennaam (yes!) ‘queer’ die nu vaak gebruikt wordt de oplossing? Queer is een krachtige, activistische (weer yes!) manier om te zeggen: “Hier ben ik!”. Maar niet iedereen voelt zich daar goed bij. Ouderen bijvoorbeeld niet vanwege de oorspronkelijke betekenis. En anderen soms niet omdat iemand zich te mainstream voelt. Een biseksueel iemand in een v/m-relatie die niet out is, voelt zich al niet snel aangesproken als LHBTIA-er. De “Amsterdam Pride doet ons geen goed” LHBTI+-er wil waarschijnlijk niet teveel opvallen.
Onze identiteiten zijn structureel, natuurlijk en voor een grote groep. Normaal dus. Dat geeft ons het recht op een woord dat dat ook erkent en verankert. Recht op meer dan alleen een afkorting of een vertaling van ‘vreemd’. Een woord dat ook geldt voor de mainstream LHBTIA+ persoon. Dat laat zien wat ons verbindt. Of eigenlijk laat zien dat elke gemeenschap een onderdeel is van iets gezamenlijks. Door dat zelf goed te snappen wordt het verhaal naar buiten toe beter. En toegespitst op de dreiging die we ondervinden.

Echte woorden om ons als gezamenlijke groep te beschrijven zijn ons nog niet gegund. Dat wordt wel tijd.
3/7 – De dreiging
In deze nieuwe conservatieve periode staan onze rechten en aanwezigheid extra onder druk. Tijdens de 6e Roze Zaterdag in 1982 werden homo’s en lesbiennes bespuugd en bekogeld, nu lijkt de verontwaardiging vooral gericht op het transgender zijn. Deze groep is relatief kort aanwezig in het publieke domein. Ten tijde (2014) van TV-programma ‘Hij is een Zij’ (later: Hij, Zij, Hen) dacht men nog dat het om iets tijdelijks en unieks ging. Dat bleek blijvend en groter. Arie Boomsma, toen de presentator, kreeg niet voor niets in 2017, vanuit onze stichting, de landelijke Jillis Bruggeman Penning.
De aantasting van hun binaire beeld rond man/vrouw frustreert een deel van de samenleving. Niet alleen transgender mensen, maar ook drag queens die voorlezen aan kinderen in een bibliotheek zijn een doorn in hun oog. Het is belangrijk te beseffen dat het buiten je eigen genderhokje kleuren het probleem is. Zo weten we al jaren dat vrouwelijke (homoseksuele) mannen en mannelijke (lesbische) vrouwen meer kans maken op fobische uitlatingen of geweld. En waar het “gewoon” (ook) vallen op hetzelfde geslacht relatief genormaliseerd is, neemt ook de tolerantie daarvoor af blijkt uit cijfers. En dat heeft nog steeds met gender te maken.

Wanneer je gewend bent aan privilege, kan gelijkheid voelen als oppressie.
4/7 – Waarom gender ons bindt
Uit de binaire (en op zich logische) aanname van maar twee genders volgen allerlei maatschappelijke, cultureel bepaalde, rechten en verplichtingen. Je hoort te vallen op “het andere geslacht”, dus is (ook) op je eigen geslacht vallen een “overtreding” van gendernormen (“O, ja dat kan natuurlijk ook!”). Alle LHBTIQ+-groepen houden zich niet aan het binaire genderconstruct. Heb je niet de specifieke geslachtkenmerken van je gender, dan klop je niet (intersekse conditie, transgender mensen die niet of deels hun lichaam aanpasten). Het doel van de “twee” genders is voortplanting via seks in een m/v-relatie, dus aseksualiteit, aromantisch zijn en polyamorie passen niet in het binaire denken.
Een strak binair systeem levert, voor wie dat niet kan loslaten, grote problemen op als mensen non-binair of genderfluïde zijn óf zich zo uiten. Alsof je toornt aan de fundamenten van hun bestaan, als een ander(!) hun(!) leven op het gebied van gendernormen anders invult. Zoals simpelweg andere kleding dragen dan die “horen” bij jouw gender. Vrijheid en autonomie voor de medeburger is dan opeens minder vanzelfsprekend. Zeker voor wie als man gezien wordt, is het onoverkomelijk om “vrouwen”-kleding en accessoires te dragen.

Genderdiversiteit omvat wat en wie afwijkt van de hier en nu geldende gendernormen.
5/7 – Gendernormen: een cultureel fenomeen
Andersom is het een lange en bizarre geschiedenis geweest waarin het recht op de broek uiteindelijk pas verworven is in de jaren ’60/’70 in de westerse(!) wereld. Terwijl er in de oudheid volkoren waren waar mannen én vrouwen een broek droegen, is het nu nog een probleem bij sommige religies en scholen in ons land. En waar roze voor mannen nog steeds lastig is, was dit in de 18e eeuw normaal. Gendernormen zijn dus culturele normen. Onder andere in india is er gewoon een derde sekse/gender. En pas relatief kort is er in veel Afrikaanse landen een hetze tegen homo- en biseksualiteit. Het goede nieuws is: we hoeven dat dus niet te volgen als samenleving.
Kijkend vanaf de Stonewall rellen (1969) zien we, qua genderidentiteit, een gemêleerde gemeenschap. Van vrouwelijke homo’s en mannelijke lesbiennes, via travestieten en drags tot aan trans mensen. Gay & Lesbian was óók genderidenteit. Zij die het meest “afweken” qua gendergedrag en genderexpressie vielen ongewild het meest op: de eerste activisten, de snelste slachtoffers. Niet voor niets werden mensen die op hetzelfde geslacht vielen jarenlang in de media neergezet als niet 100% man/vrouw (En het stelde gerust: “echte” mannen/vrouwen waren nooit “zo”).

Hoewel we van ver gekomen zijn, is onze positie fragiel. Onszelf met taal verankeren in de samenleving is essentieel.
6/7 – De breedte van genderdiversiteit(hallo feminisme)
Vanuit de gendernormen zijn er ook groepen die we niet als LHBTIQAA+ beschouwen, maar wel in het verhaal passen. Omdat het doel voortplanting is, is geen kinderen willen ook afwijken van de bedoeling. En gaat BDSM voorbij aan het “echte” doel van seks. Misschien denk je nu meteen aan conservatisme rond geboortebeperking en abortus. Wat weer doet denken aan andere (ontbrekende) vrouwenrechten. Zij kreeg een ondergeschikte rol ten opzichte van hem (en nog in veel landen). Geen banen met macht, geen stemrecht.
De gendersegregatie ging twee kanten op: je kind zien na een scheiding als man is nog steeds een probleem. Toch is er In Nederland veel verandert. Maar de naweeën komen van onder de radar gevaarlijk boven water. Denk aan femicide, trad wives en de manosphere. Niet voor niets zijn de Dolle Mina’s weer terug. Femicide, vrouwenhaat, vertragen en terugdraaien van gendergelijkheid (voor alle genders), het idee van “echte” mannen (gevaar voor zelfdoding in plaat van hulp zoeken), het zijn allemaal grote problemen die in het verlengde liggen van het binaire sprookje van hoe het moet.

In je genderhok moeten blijven was voor veel vrouwen de grootste beperking van een eigen gekozen levenspad.
7/7 – Daarom ‘genderdiversiteit’!
De fuik van het genderbinaire verhaal is groot. Dat is niet erg: het geeft de beweegbaarheid van de gendernormen aan. Waar een broek dragen stond voor onzedelijkheid, geen echte vrouw gevonden worden, uitgemaakt mogen worden voor lesbisch en hoer, is dat nu (meestal) ondenkbaar. Wie geen kinderen wil zal zich niet opeens genderdivers voelen, maar wel snappen dat ook zij impact hebben van dit gedachtegoed. De link met gedergelijkheid, feminisme, geeft alleen paar kracht en haalt het terf denken onderuit. We zijn slachtoffer van hetzelfde systeem.
Genderdiversiteit moet je uitleggen, net als LHBTI steeds uitgelegd wordt in de media (om vervolgens de B structureel te vergeten en transgender zijn als binair uit te leggen). Met de uitleg krijg je de discussie uiteindelijk precies waar je ‘m hebben wilt: de breedte in. Genderdivers is milder en feitelijker dan LHBTI+ of queer. Ook toegankelijk en herkenbaar voor wie niet in de beweging wil opgaan. En in dagelijks gebruik sluit het één het ander (queer) niet uit. De essentie is het belangrijkst: het verbindt onze gemeenschappen. Wie realiseert dat (ook) vallen op je eigen geslacht, drag, travestie, en trans mensen treden zijn op een gendertrap, voelt hoe de heksenjacht op trans mensen in de VS ons allen aangaat.
Wat genderbinaire gedachtes op een rij:
- “Er zijn alleen mannen en vrouwen.”
- “Iedereen wordt geboren met vrouwelijke óf met mannelijke (geslachts)kenmerken.”
- “Iedereen hoort vrouwelijke óf mannelijke geslachtskenmerken te hebben.”
- “Je geslachtskenmerken bepalen je gender.”
- “Vrouwen horen zich te kleden als een vrouw. Mannen horen zich te kleden als een man.”
- “Vrouwen horen zich te gedragen als een vrouw. Mannen horen zich te gedragen als een man.”
- “Je rechten zijn afhankelijk van welk gender (we zien) dat je bent.”
- “Vrouwen houden van ‘vrouwen’-dingen. Mannen houden ‘mannen’-dingen.”
- “Vrouwen vallen (alleen) op mannen. Mannen vallen (alleen) op vrouwen.”
- “Een liefdesrelatie bestaat uit twee mensen.”
- “Mensen houden per definitie van seks.”
- “Seks en romantische gevoelens lopen gelijk.”
- “Iedereen heeft één vader én één moeder.”
- “Kinderen hebben een vader én een moeder nodig.”
